Bewust en onbewustVraag:
Is gedrag een gevolg van een bewust keuzeproces vanuit vrije wil in het moment en/of is gedrag het gevolg van een onbewust geconditioneerd patroonmatig proces? Of heb je daar nog een heel ander perspectief op? En wat betekent dat dan in het kader van het thema van deze nieuwsbrief? Wat betekent dat dan voor optimale samenwerking? Denk daar eens even rustig een paar tellen over na!


We hebben volop de tijd om een gedagen antwoord te formuleren op deze vragen. Maar nu alvast de kern: het grootste deel van de tijd, waarschijnlijk zelfs 99% van de tijd, staan we in ‘de schaapstand’. De schaapstand is de stand waar ons bewuste ‘uit staat’ en we volledig functioneren vanuit onbewuste, aangeleerde, diep ingesleten en zich continu herhalende denk- en gedragspatronen. Dus is de uitdaging ‘aan te -gaan- staan’: aandachtig en bewust aanwezig te zijn in het hier en nu. Dat vraagt en betekent nogal wat. Wat precies? Daar zullen we het nu over hebben.

Bewustzijn – het onbewuste en het bewuste

Bewustzijn is één van de grootste cadeaus die we van moeder natuur hebben gekregen. Bewustzijn geeft ons onder andere het vermogen om te kunnen waarnemen, betekenis te geven, ervaringen te creëren en te leren. Hoe bijzonder is dat?!

Maar als we het over bewustzijn, ofwel ‘het bewuste’ hebben, ontkomen we er niet aan om het tegelijkertijd ook meteen over ‘het onbewuste’ te hebben. Normaliter gaat alle aandacht uit naar het bewuste. De kroon op de menselijke evolutie. Dat wat ons als mens misschien wel het meest definieert en onderscheidt. En dat is uiteraard terecht. Maar het doet het onbewuste te kort. Het onbewuste is minstens zo belangrijk in en voor ons leven. Het regelt namelijk zo’n beetje alles is ons leven . Het is letterlijk de regisseur c.q. controle kamer van ons leven. En het bewuste hobbelt daar wat achteraan. Dus we denken (!) dat we bewust kiezen en handelen, maar het tegendeel is waar; keuzes en gedrag zijn een resultante van onbewuste geconditioneerde en patroonmatige processen.  Ervaringen en overtuigingen uit het verleden bepalen onze keuzes en gedrag hier en nu.

Daarom lopen we telkens tegen dezelfde ongemakken, irritaties en ergernissen aan en ervaren telkens opnieuw dezelfde momenten van blijdschap, plezier en vreugde in het samenwerken en samenleven met onze collega’s, klanten, leveranciers, partners, vrienden, familie, enzovoort. En is het zo razend lastig om daar verandering in aan te brengen: ‘daar gaan we weer’ of ‘het is ook altijd wat met hem/haar’ of ‘nu ben ik er weer ingetuind’ of ‘hier zijn we al vaker geweest’, … Dat is de schaapstand ofwel het onbewuste dat automatisch kiest voor bepaald gedrag. En of dat dan het meest effectieve gedrag is, maakt het onbewuste niets uit. Zo doen we dat nou éénmaal.

Gedrag – ervaringen creëren gedragspatronen creëren dezelfde ervaringen

Hoe komt gedrag tot stand? Wat zijn de belangrijkste factoren die bepalen waarom, wat en hoe je doet zoals je doet?

Er zijn drie belangrijke bepalende factoren te noemen. De eerste determinerende factor is genen/dna. Via genen/dna worden erfelijke eigenschappen doorgegeven. Sommige zaken liggen vast (kleur ogen, huidskleur, lengte, o.a.). Andere, daarentegen, veel minder en worden vooral bepaald door de andere twee bepalende factoren: opvoeding en omgeving. Deze bepalen voor een belangrijk deel of wat jij in aanleg hebt meegekregen zich ook zo zal ontwikkelen. Een samenspel tussen ‘nature & nurture’.

Tijdens ons proces van opgroeien en opvoeden maken we van alles mee. We belanden in talloze situaties. Dus hebben we veel mogelijkheden om te experimenteren met hoe we ons in al die situaties willen gedragen. Hoe werkt dat precies:

Je zit in situatie A, er gebeurt iets. Dat vraagt om een reactie van jouw kant. Je doet iets. Op basis van je persoonlijke betekenisgeving en de feedback die je krijgt uit je omgeving, hou jij er een bepaalde ervaring aan over. Die kan positief of negatief of neutraal zijn. De volgende dag kom je weer in een soortgelijke situatie A. Omdat je gisteren heel tevreden was of juist niet optimaal tevreden was, probeer je dezelfde of juist een andere gedragsstrategie toe te passen. Ook dat levert je weer een ervaring op. Zo kom je nog heel vaak in situaties die lijken op situatie A. En dus pas je allerlei gedragsexperimenten toe. Totdat je na enige tijd steeds dezelfde gedragsstrategie toepast bij situaties A, en tevreden bent over het effect ervan op jezelf, anderen, het te bereiken doel, enzovoorts (gegeven de omstandigheden van dat moment). Je besluit dat dít de gedragsstrategie wordt die je voortaan gaat toepassen in situaties die lijken op situatie A.

Een voorbeeld: je bent lekker aan het spelen in de speeltuin. Met een pop of brandweerauto. Of maakt net een zandkasteel in de zandbak. Of bent lekker aan het schommelen. Maakt niet uit. En dan komt er een ander kind en pakt je pop of brandweerauto af. Of trapt je zandkasteel stuk. Of duwt je van de schommel af. Persoon A besluit, na talloze gedragsexperimenten, dat het beter is je er niet te veel van aan te trekken en gewoon iets anders te gaan doen. Lost het in zichzelf op, zou je kunnen zeggen. Persoon B heeft een heel andere gedragsstrategie ontwikkeld en pakt de pop of brandweerauto (desnoods met geweld) terug; scheldt het kind dat het kasteel stuk heeft gemaakt uit of slaat het; duwt het kind dat hem van de schommel duwde vervolgens zelf weer van de schommel af en gaat zelf weer schommelen. Gaat het conflict vol aan en lost het desnoods met kracht/geweld op. Persoon C heeft weer een andere strategie ontwikkeld. Hij gaat hulp halen bij zijn moeder/vader/de juf/oppas en laat die de situatie oplossen voor hem.

En zo zijn er nog heel veel variaties van gedragsstrategieën te bedenken die mensen kunnen toepassen in soortgelijke situaties.

Wij hebben ongelooflijk veel -situaties- meegemaakt in ons leven. En nog veel meer gedragsexperimenten uitgevoerd. In het echt én in ons hoofd. In het samenspel tussen persoonlijke ervaringen en aanmoedigingen, correcties, beloningen en straffen van onze ouders en omgeving hebben we ontstellend veel gedragsstrategieën ontwikkeld en geïnternaliseerd. Die we zonder nadenken nog steeds automatisch toepassen op situaties in het hier en nu (de schaapstand).

Een volgend voorbeeld om dat te onderstrepen. We stappen in de tijd 30 jaar vooruit en gaan van de speeltuin naar de kantoortuin. Bovenstaande drie personen komen tijdens een project in een conflict met een collega. De kans is groot dat persoon A ‘de goede vrede wil bewaren, het bagatelliseert, het laat lopen’, persoon B ‘vol de confrontatie aangaat’ en persoon C ‘hulp of bevestiging zoekt bij andere collega’s of leidinggevende of het escaleert’.

Is het ene gedrag beter dan het andere? Nee! Het zijn gewoon drie verschillende personen die zichzelf drie verschillende gedragsstrategieën hebben aangeleerd, omdat ze daar op het moment dat ze zichzelf die gedragsstrategie aanleerden heel veel baat bij hadden c.q. het heel nuttig voor ze was om juist díe gedragsstrategie aan te leren.

Het goede nieuws is dat wij mensen in staat zijn oude gedragsstrategieën te vervangen door nieuwe, effectievere. Een geruststellende gedachte. Dat kan een schaap niet. Dat staat altijd in de schaapstand. Méééhéééhéééééh.

Gedragsflexibiliteit – van geconditioneerde reactie naar gekozen respons

Dus is de uitdaging je onbewuste conditioneringen niet leidend te laten zijn maar je bewuste keuze in het hier en nu; dat je even uitzoomt naar een ruimer perspectief, waardoor een heel nieuw scala aan gedragsopties mogelijk wordt. Wat is daarvoor nodig? Allereerst is er aandacht en bewustzijn hier en nu nodig. Dan kun je de situatie waarnemen zoals hij werkelijk is. Onthecht, zonder al die overtuigingen en labels uit het verleden (oordelen, beoordelingen of veroordelingen). Je bent je vervolgens bewust van wat je hier en nu wilt bereiken. Ik noem dat doelhelderheid. Vervolgens reflecteer je op wat de situatie van jou vraagt om dat doel te realiseren. Dat kunnen wij omdat we voorstellings- en inlevingsvermogen hebben. En ook nog zoiets als een moreel kompas in de vorm van ons ‘geweten’.

Aangenomen dat je afgestemd bent op jezelf, je doelen, de ander, zijn/haar doelen, je morele kompas, dan kunnen we allerlei alternatieve gedragsstrategieën naast elkaar zetten en vervolgens bewust kiezen voor de best mogelijke respons. En zodra je gekozen hebt, begint alles weer van voren af aan: aandacht en bewustzijn hier en nu + onthecht waarnemen + doelhelderheid + reflecteren + voorstellings- en inlevingsvermogen + moreel kompas + alternatieve gedragsstrategieën bedenken + kiezen + handelen.

Vandaar de titel ‘voor goede samenwerking is maar één persoon nodig: JIJ’. Elk moment is  een kans om te  kunnen kiezen voor het meest effectieve gedrag. Dat bepaal jij. Tenminste, … als je je bewuste aanzet. Doe je dat niet, dan weet het onbewuste heel goed welke kant het met jou op wil: namelijk dezelfde kant als gisteren, vorige week, drie maanden geleden!

Een bijdrage van

Willem Roding artikel nieuwsbriefWillem Roding begeleidt verandertrajecten en leiderschapsvraagstukken binnen organisaties. Daarbij is hij een ervaren en bevlogen trainer in het onderwerp persoonlijk leiderschap. Zijn stijl laat zich het best omschrijven aan de hand van de paradox ‘compassievol confronterend’. Ook heeft hij daar het boek ‘kom uit de schaapstand – leef bewust’ over geschreven. Voor de training persoonlijk leiderschap en het boek, ga naar: willemroding.nl en/of managementboek.nl

projectmanagement nieuwsbrief
IPMA lidmaatschap

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

©2020 IPMA Nederland - Platform Projectmanagement

Neem contact op

We zijn nu niet online. Maar je kan ons een email sturen, dan nemen we zo spoedig mogelijk contact op.

Versturen

Log in met je gegevens

of    

Gegevens vergeten?

Create Account